Het Wereldrampenrapport focust dit jaar op de redenen van en concrete oplossingen voor de voedselproblematiek.
Het rapport identificeert ondermeer de belangrijkste redenen waarom wereldwijd 1 miljard mensen honger lijden.
Zo gaan enorme massa’s voedsel verloren, wordt voedsel voor honderden miljoenen mensen onbetaalbaar en wordt de hoeveelheid beschikbare landbouwgrond steeds kleiner.
Tegelijk doet het rapport een aantal aanbevelingen en biedt het oplossingen aan om de voedselproblematiek op te lossen.
Eén derde van het geproduceerde voedsel wordt niet door de mens gegeten.
“Hongerlijden betekent niet dat er niet genoeg eten is. Het betekent wel dat sommige mensen niet genoeg eten hebben”, zegt Amartya Sen, winnaar van de Nobelprijs voor de Economie, in het rapport.
“Bijna 1 miljard mensen hebben honger terwijl de wereld nog nooit zoveel voedsel heeft geproduceerd en er bijna anderhalf miljard mensen met overgewicht kampen.
Maar liefst een derde van het geproduceerde voedsel in de wereld wordt niet door de mens gegeten.
Zo belandt wereldwijd de helft van het jaarlijks geoogste graan niet op een bord, maar wordt het verwerkt tot biobrandstof of veevoeder.
30% van de voedselgewassen gaat bovendien gewoon verloren. In ontwikkelingslanden zijn er beperkte mogelijkheden om voedsel op te slaan of om het te transporteren, waardoor het sneller slecht en dus oneetbaar wordt.”
Voedsel wordt te duur.
Veel mensen lijden ook honger omdat het voedsel te duur wordt. “Ze hebben onvoldoende middelen om eten te kopen”, zegt Axel Vande Veegaete van Rode Kruis-Vlaanderen.
“De laatste jaren pieken de voedsel- en brandstofprijzen wereldwijd. Zo steeg in Kenia de prijs voor maïs het afgelopen jaar met 180%. Dat is dramatisch als je weet dat inwoners in ontwikkelingslanden tot 80% van hun inkomen aan voedsel besteden.
Vergelijking met België.
Volgens een studie van Eurostat besteedt de Belg gemiddeld 12,5% van zijn uitgaven aan voeding.
In Europa ligt dat gemiddelde op 11,9%. In ontwikkelingslanden is dit tot 80%. Volgens een artikel in Trends (12 oktober 2010) verdient een Belgische werknemer gemiddeld €2.936 bruto per maand. “Omgerekend zou dit voor de Belg betekenen dat wij gemiddeld tussen €1.500 en €2.400 per maand zouden spenderen aan eten.
Een stijging van de voedselprijzen van 180%, zoals in Afrika, zou betekenen dat de som die we maandelijks aan voedsel besteden in één jaar tijd zou gestegen zijn van €2.400 tot meer dan €6.700! Dat zijn hallucinante cijfers”, vervolledigt Vande Veegaete.
Oorzaken van de voedselproblematiek.
• Vele ontwikkelingslanden hebben geen voedselstocks waardoor prijzen stijgen bij mislukte oogsten. Tegenvallende oogsten in landen met een hoge voedselproductie (bijv. Rusland) doen de prijzen sterk stijgen. Deze verschillende elementen leiden tot speculaties op de wereldmarkt en jagen de voedselprijzen naar recordhoogtes.
• Per jaar jaar verdwijnt ongeveer drie maal de oppervlakte van België aan landbouwgrond door erosie, klimaatsverandering, waterhuishouding, edm.
• De productie van biobrandstof: op een groot deel van de landbouwgrond worden gewassen voor biobrandstof gekweekt. Op deze gronden kunnen dus geen eetbare gewassen geteeld worden.
• Grote firma’s kopen landbouwgrond op. Hierdoor krijgen plaatselijke boeren geen kans en wordt de lokale economie niet gestimuleerd.
• 60% van de nog beschikbare ruwe landbouwgrond ligt in Afrika. Door droogte, financiële problemen en gebrek aan kennis bij de plaatselijke bevolking wordt deze grond niet benut.
Het Wereldrampenrapport stelt een aantal oplossingen voor:
• Door goedkope en alternatieve verzekeringen aan te bieden aan de boeren in Afrika, kunnen ze hun oogst tegen droogte en regen verzekeren en zijn ze financieel beschermd.
• Door investeringen in infrastructuur om stocks aan te leggen en het voedsel tot bij de consument te brengen, kan voedsel langer bewaard worden en gaat er minder verloren.
• Afrika heeft 60% van de nog beschikbare landbouwgrond te wereld. Daarom is het belangrijk dat er geïnvesteerd wordt in onderzoek naar kleinschalige landbouw en alternatieve methodes. Kleine boeren moeten geholpen worden met gesubsidieerde grondstoffen zoals kunstmest en zaden. Afrika heeft namelijk meer nood aan een hogere voedselproductie dan bijvoorbeeld aan de kweek van snijbloemen.
• De subsidies voor de productie van biobrandstof in vraag stellen.
• Nieuwe regelgeving moet de ‘speelruimte’ van speculanten op voedselprijzen beperken.
• Onderzoek voorspelt dat meer vrouwen inschakelen in de landbouwsector de productie kan doen stijgen met 30%.









In de afgelopen jaren hebben we al heel wat kunnen verwezenlijken voor de CAPrioolkinderen in Ethiopië. Met het nu ingezamelde geld willen we de opleidingen nog uitbreiden, zodat de kinderen nog meer kansen kunnen krijgen om te slagen! 

